SYNOPSIS

‘Een gelukkige hand’ is deels een documentaire over Peter van Straaten en deels een fictief verhaal gebaseerd op Van Straaten’s Agnes.

De film gaat uit van het werk van Peter van Straaten en, als afgeleide daarvan de manier waarop hij in zijn werk het intermenselijke verkeer en het daaruit voortvloeiende geluk en ongeluk belicht: in het huwelijksleven, op het werk, in de politiek, de liefde, tussen ouders en kinderen. Documentaire, tekeningen en drama zijn organisch met elkaar vervlochten. In het documentaire deel zien we Peter van Straaten van dichtbij gevolgd in Nederland en Italië en komen zijn tekeningen en cartoons aan bod. Rode draad vormt de fictielijn, waarin Agnes door Renee Fokker leven wordt ingeblazen.

terug

:: CAST

Renée Fokker, Hans Kesting, Carolien van den Berg, Ingeborg Elsevier

terug

:: FOTO’S

terug

:: CREW & CREDITS

Regie : Pieter Verhoeff
Camera : Paul van den Bos
Geluid : Menno Euwe
: Martijn van Haalen
Art director : Gert Brinkers
Licht : Pieter van der Heide
Montage : Mario Steenbergen
Soundscape : Henny Vrienten
Productieleiding : Manu Hartsuyker
Uitvoerend producent : Bernet Crucq
Producent : René Mendel
: Interakt

terug

:: AWARDS EN FESTIVALS

terug

:: REVIEWS

Hoe lekkerder hij zich voelt, hoe naarder de grappen die aan zijn pen ontsnappen, vertelt tekenaar-schrijver Peter van Straaten aan regisseur Pieter Verhoeff in het filmportret Een gelukkige hand. Diep zit Van Straaten over het papier gebogen. Als hij niet zoveel heer in pak was, zou je een tongpuntje tussen zijn lippen verwachten, zo verlekkerd zet hij zijn lijntjes. Hij lijkt de inkt te willen kussen. Met rug en arm weert hij de nieuwsgierige blikken af van de filmmaker, die zelf de camera hanteerde. Maar Verhoeff is hem toch te snel af, kijkt over zijn schouder mee, en verdwijnt in de haarscherpe lijnen die Van Straaten op het papier zet.
Van dat fijne dikke met nerven is het, zodat de kroontjespen echt moet werken, zelfverzekerd moet zijn. Anders straft de pikzwarte inkt meteen. Pats! Ligt daar zo’n klodder. Die dik en glanzend langzaam in het papier verdwijnt. Maar dan nog is de tekening niet mislukt.
Peter van Straaten viert deze maand zijn zeventigste verjaardag, met een boek en nog een boek. Een goede dag levert nog altijd een paar geslaagde tekeningen op. Politieke prenten voor Vrij Nederland en zedenschetsen voor Het Parool, waarvoor hij jarenlang respectievelijk Agnes en Vader en zoon schreef en tekende.
Wat is een echte Peter? Wie er een ziet weet het meteen: Van Straaten is goed in het uitbeelden van onbehagen en ongemak. Zijn helden zijn mensen die zonder ooit hun schaamte te verliezen door de omstandigheden aan de schaamte voorbij gedwongen worden. Behalve misschien in zijn erotische prenten, die zijn verrukkelijk schaamteloos.
Ik weet niet of schaamte wel het juiste woord is om de Peter van Straaten te beschrijven die Pieter Verhoeff ons leert kennen. Ja, hij is natuurlijk wel verlegen met de wereld en zichzelf. Geen prater. Iemand die graag rustig gaat zitten wachten tot de waterspreeuw voorbij komt. Hij heeft inderdaad de natuur van een vogelaar, altijd gespitst op geluid en beweging, en dat gaat beter door zelf niet zo op te vallen. Een escapist is hij ook: het tekenen van een zacht verdriet van een ander geeft een goed excuus om niet over zichzelf te hoeven nadenken.
Moet dat?
Van Peter en Pieter hoeft dat niet per sé, al dwingt Verhoeff Van Straaten om ver te gaan. In die zin zijn zij verwante kunstenaars. Hun openhartige gesprekken over drank, overspel, vrouwen, het huwelijk, mores en moraal, die kunnen alleen gevoerd worden omdat eerlijkheid het beste wapen tegen de schaamte is. Dus komen we alles over Peter van Straaten te weten. Van de kleinste jeugdherinnering in vooroorlogs Arnhem tot de bandeloze drankgelagen later in Amsterdam. Van Straaten: ,,Drank heeft mij veel opgeleverd. En vooral de katers hebben mij veel ideeën bezorgd. Ook de morele katers: wat heb ik gedaan?”
Misschien zijn Van Straatens lijnen wel zo beheerst omdat zijn personages altijd zwalken. Ze gingen wel op weg in een rechte lijn, maar er kwam iets tussen. In het geval van Agnes, Van Straatens vrouwelijke alter ego over wie hij jaren een feuilleton maakte, was dat meestal een vage kennis op een terrasje, of een fiets die als vanzelf naar het café koerste. Als verrassing, als onverwachte kleuraccent tussen al dat Oostindisch zwart, zit in Een gelukkige hand een klein Agnes-feuilleton verstopt. Met Renee Fokker als perfecte Agnes, die in luttele minuten tientallen keren dronken wordt, haar grote liefde Arthur naar het ziekenhuis brengt, even vreemd gaat en zweert nooit, nee nooit meer te zullen drinken. Deze fictie-elementen in een verder zuiver documentair portret versterken het waarachtigheidsgehalte van alles wat wij in deze film zien, horen en meemaken. Pieter Verhoeff laat ons getuige zijn van zoiets onverfilmbaars als de artistieke scheppingsdaad. Hij doet dat niet alleen door de pluisjes op de pen te registreren, maar ook door via de verbeelding voor een wijd vogelperspectief te kiezen. Sublieme film.